Sɛ·bɪs·mə

Een doordachte en onderbouwde visie op de wereld en het leven

Het achterhaalde nut van religie

1 april
2011

Wat is het nut van religie? Op het eerste gezicht lijkt het van cruciaal belang: de gelovige kan immers rekenen op eeuwige verlossing terwijl de ongelovige verloren gaat. Maar goed beschouwd lost religie niets op, want de enige oplossingen die zij aandraagt, zijn voor problemen die zij zelf heeft geïntroduceerd. In het christelijk geloof bijvoorbeeld wordt Jezus Christus gepresenteerd als de Messias die de mensheid middels zijn kruisdood heeft verzoend met God. Dankzij zijn lijden en sterven heeft de zonde geen macht meer over de mensen en wie in zijn opstanding gelooft, mag zich vergeven weten en rekenen op een eeuwig leven in de hemel. Zowel het idee van de ‘zonde’ als het concept van ‘vergeving’ vormen echter onderdeel van dezelfde levensbeschouwelijke theorie en hebben daarbuiten geen enkele absolute waarde.

Het nastreven van vergeving vormt dus een noodzaak voor iemand die gelooft in de zonde, maar wie niet zondig meent te zijn of zelfs het hele begrip ‘zonde’ niet kent, heeft ook geen baat bij vergeving. Hetzelfde geldt voor het hiernamaals: wie aanneemt dat zijn gedrag op aarde uiteindelijk leidt tot een enkeltje hemel of hel, verplicht zichzelf tot het doen of laten van allerlei handelingen. Maar wie niet gelooft in een leven na de dood, hoeft zich ook niet in te spannen om er een leuk plekje te veroveren.

Hypothetische kloof en brug

Alle grote religies werken volgens hetzelfde principe. Ze houden de mensen een hypothetische kloof van zonde, imperfectie of onvolkomenheid voor, en bieden hen vervolgens een even hypothetische brug aan om ‘heel’ te worden en aan de overkant komen. Voor veel mensen zal de kloof aannemelijk klinken, zeker als ze zijn opgegroeid in een gemeenschap waarin iedereen erin gelooft en er geen aanleiding is om aan het bestaan ervan te twijfelen. Gecombineerd met de overtuiging dat wie in de kloof valt voor eeuwig pijn zal lijden en wie de overkant haalt voor eeuwig gelukkig zal zijn, is het vanzelfsprekend dat deze mensen het idee van de brug met beide handen aangrijpen en erin willen geloven.

Het accepteren van de brug stelt een aantal beperkingen aan het dagelijks leven in de vorm van leefregels. De invulling daarvan verschilt per religie, en kan variëren van complete onderwerping aan een godheid tot het volgen van de voetstappen van een Messias, maar in de praktijk komt het erop neer dat de gelovige niet mag doodslaan, stelen, echtbreken, of op andere wijze zijn medemens tot last zijn. Het breken van deze geboden kan verleidelijk zijn, maar het eventuele voordeel en plezier dat dit moment van ongehoorzaamheid oplevert, kan nooit opwegen tegen een eeuwigheid ellende. Een aards leven gevuld met tientallen jaren van pijn en lijden vormt bovendien slechts een relatief klein ongemak vergeleken met ontelbare millennia hemels geluk. Miljoenen religieuzen wereldwijd leggen zichzelf daarom dagelijks tal van beperkingen op om maar op hun hypothetische brug te mogen wandelen en niet in de hypothetische kloof te vallen.

Gedeelde moraal

Maar als zowel de kloof als de brug denkbeeldig zijn, en het aanvaarden van de oplossing niet nodig is door juist het probleem af te wijzen, is religie dan compleet nutteloos? Nee. Religie vervult wel degelijk een belangrijke functie. De oplossing en het probleem die zij presenteert hebben geen maatschappelijke relevantie, maar de geboden die eruit voortvloeien en de beperkingen die aan het collectief van religieuzen worden gesteld, vormen de moraal van de gemeenschap. De leefregels van een religie verbinden de individuen van een samenleving en geven structuur, overeenstemming betreffende sociale omgangsvormen en zelfs een levensdoel. Door bepaalde gedragingen als ‘goed’ en anderen als ‘kwaad’ te definiëren, leidt religie tot een gedeelde moraal.

Scheiding kerk en staat

Deze moraalbepalende functie van religie was nuttig in een tijd waarin geen ander systeem van wetten en regels bestond. Als alternatief voor het recht van de sterkste kunnen de leefregels die uit een religie voortvloeien als verbetering gezien worden, een effectieve manier om de samenleving in harmonie te laten functioneren. In sommige landen vervult religie deze functie nog steeds. In Vaticaanstad bijvoorbeeld besturen religieus leiders het land aan de hand van de Bijbel en in islamitische staten waar de sharia geldt, wordt recht gesproken aan de hand van de Koran, Hadith en andere religieuze bronnen.

In Nederland en de meeste andere landen van Europa zijn kerk en staat echter gescheiden. De kerkelijke macht mag zich daarom niet met de rechtsgang bemoeien en de staatkundige macht bepaalt middels het Wetboek van Strafrecht en jurisprudentie welke gedragingen toegestaan zijn en welke dienen te worden bestraft. De staat biedt nu dus het moraliserende, sociale bindmiddel dat religie ooit haar maatschappelijke nut gaf. Kerk en staat hadden daarom nooit van elkaar gescheiden hoeven worden. Op het moment dat de staat met haar wetboek als autoriteit werd aangewezen, had religie eenvoudigweg afgeschaft kunnen worden.

Addendum

Gezien het chaos, verwarring en onenigheid tot gevolg heeft, is het onverstandig om de leefregels van de kerk te laten bestaan naast de leefregels van de staat. Dit gaat immers voorbij aan het doel van religie, namelijk door een gedeelde moraal eenheid creëren binnen een gemeenschap. Zodra meerdere instanties hun eigen set van leefregels prediken, raakt de bevolking verdeeld. Een multireligieuze samenleving, een maatschappij waarin meerdere religies naast elkaar bestaan, splijt de gemeenschap in nog meer afzonderlijke groepen en leidt daardoor tot nog meer rivaliteit en ellende. Als verschillende religieuze groeperingen er een andere moraal op na houden, worden de individuen per groep door hun geloof verbonden, maar komen de groepen onderling tegenover elkaar te staan.

Dat de staatkundige macht de hoogste autoriteit vormt en in eventuele geschillen recht spreekt, betekent niet dat aanhangers van een religie hun moraal ondergeschikt aan het Wetboek van Strafrecht achten. Integendeel, ze hebben alle reden om hun religieuze leefregels serieuzer te nemen dan die van de staat. Een aardse straf vormt immers slechts een relatief klein, tijdelijk ongemak voor de gelovige die ervan overtuigd is dat zijn strafrechtelijk verboden handelingen vanuit religieus oogpunt juist gewenst zijn en tot een eeuwigheid hemels geluk leiden. Zolang kerk en staat gescheiden zijn en naast elkaar bestaan, zal de staat haar volk nooit onder één moraal kunnen verbinden.

geplaatst onder Religie
3 reacties op

“Het achterhaalde nut van religie”

  1. Op 24 mei 2011 om 21:25 schreef Willem:

    Anderzijds heeft religie in die zin nut dat mensen actief blijven nadenken over het leven, en zich proberen te verbeteren. Competitiviteit leidt vaak tot nieuwe denkbeelden en houden de boel wat dynamisch. Dus op dat vlak heeft het nut. Niet dat ik zelf een religie volg, maar ik denk dat het ondenkbaar is dat het niet meer zou bestaan. Het is een manier om dieper over het leven na te denken. En al die kleine groepjes geven ook wat kleur aan het leven. Kan ook zonder religie, maar ik denk dat niet veel mensen zouden over diepere dingen zouden nadenken als religies werden afgeschaft.

  2. Op 24 mei 2011 om 21:39 schreef Seb:

    @Willem
    Ik ben het niet helemaal met je eens. Religie laat mensen namelijk niet actief nadenken over het leven, omdat het vaststaande dogma’s voorschrijft waarvan niet afgeweken mag worden. Religie presenteert alle antwoorden op de levensvragen als onbetwistbare waarheden en maakt discussie onmogelijk omdat de antwoorden ‘van God afkomstig’ zijn en daardoor niet door mensen weerlegd kan worden. De enige manier waarop religie een rol speelt bij de ontwikkeling van nieuwe denkbeelden, is wanneer individuen zich tegen de dogma’s gaan verzetten. In dit proces speelt religie echter primair een remmende rol, omdat zij zal proberen de ‘ketters’ alsnog te bekeren.

    Het grote probleem van iedere religie is dat zij pretendeert de enige mogelijke waarheid in pacht te hebben, waardoor religieuzen in principe niet meer over de diepere zaken des levens hoeven na te denken. Zodra een individu wel zelfstandig nadenkt en afwijkt van de dogma’s, kan hij niet meer als ‘religieus’ worden aangeduid (omdat hij zich niet conformeert) en past het label ‘filosoof’ hem beter.

  3. Op 22 oktober 2011 om 03:56 schreef Jelle Witteveen:

    Fijn dat ik in ieder geval ‘ filosoof’ genoemd kan worden….want ik ben vaak, veel en graag bezig met de essentie van mijn/ons bestaan. En begeef me graag op het pad van mijn voorgangers hierin…Dat deze mensen dan tot een religieus systeem behoren, is voor mij geen probleem…..Het begint met de noodzaak/ behoefte aan een geestelijk leven…..mooi toch!!!! En vind sowieso hierin mijn eigen weg…..

    Shabbat shalom, Jelle.

Jouw reactie: