Sɛ·bɪs·mə

Een logische en consequente visie op de wereld en het leven



Het gevaar van niet discrimineren: Bloeddonatie door homoseksuele mannen

7 april
2012

Eerder deze week heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin wordt gesteld dat homoseksuele mannen bloeddonor moeten kunnen zijn. Momenteel hanteert Stichting Sanquin Bloedvoorziening een strikt beleid waarin mannen die seksuele contacten hebben (gehad) met andere mannen per definitie geen bloed mogen doneren, vanwege een verhoogde kans op HIV en andere infecties. De Kamer vindt echter dat mannen niet enkel op grond van het geslacht van hun seksuele partners geweigerd mogen worden: zij wil dat alleen seksueel risicogedrag als criterium wordt gebruikt. Het klinkt als een nobel voorstel, maar door deze geforceerde gelijke behandeling van homo- en heteroseksuelen wordt bewust en onnodig een risico genomen met de volksgezondheid.

Ten eerste, Sanquin test al het bloed dat gedoneerd wordt op de aanwezigheid van HIV, evenals de infectieziekten hepatitis B, hepatitis C, HTLV-I/II en syfilis. Waarom dan niet iedereen laten doneren en na onderzoek besluiten het bloed al dan niet te gebruiken? Omdat er zoiets bestaat als een ‘vroege infectie’, een besmetting met HIV die nog niet gedetecteerd kan worden, maar wel al overdraagbaar is. Het beleid van Sanquin is erop gericht om zo min mogelijk besmet bloed door te spelen aan patiënten, dus worden personen die door hun levensstijl een verhoogd risico vormen uitgesloten als donor.

Mannen die seksuele contacten hebben (gehad) met andere mannen worden door Sanquin bestempeld als groep waarin een verhoogde kans op HIV bestaat. De cijfers ondersteunen deze categorisatie: bij een homoseksuele man schijnt de kans op een ondetecteerbare HIV-besmetting in het bloed honderd keer zo groot te zijn als bij een heteroseksuele man of een vrouw. Maar is deze algemene bevinding voldoende reden om ieder individu in de groep te mogen weigeren? Niet alle homoseksuelen zijn immers besmet met HIV, en velen voldoen niet aan het clichébeeld van promiscue, onveilig vrijende scharrelaar.

Homoseksuele mannen die zich al jarenlang in een monogame relatie bevinden zullen natuurlijk minder snel HIV oplopen dan degenen die een polygame levensstijl leiden, maar toch is het verstandig om ook hen uit te sluiten van bloeddonatie. Er bestaat immers altijd de kans dat zijn partner minder monogaam is dan de potentiële bloeddonor veronderstelt, waardoor ook seksuele omgang met een vaste partner tot een HIV-besmetting kan leiden. Het tegenargument dat overspel ook plaatsvindt binnen heteroseksuele koppels doet er niet toe: hoewel er natuurlijk altijd uitzonderingen zullen zijn, gaat de meerderheid van de heteroseksuelen vreemd binnen de relatief veilige heteroscène, terwijl homoseksuele mannen over het algemeen vreemdgaan met mannen die seksuele omgang hebben met andere mannen en dus een verhoogd risico op HIV hebben.

Of een homoseksuele man monogaam of polygaam is doet er dus niet toe bij de afweging om hem bloeddonatie te weigeren. Dan blijft er nog één categorie over die momenteel wordt uitgesloten, terwijl er strikt genomen geen bezwaar tegen hun bloed kan bestaan: de homoseksueel die veilig vrijt en niet opzettelijk seksuele risico’s neemt. De praktijk leert echter dat er op het terrein van ‘veilig vrijen’ nogal wat onkunde en onwetendheid bestaat. Bovendien, hoe veilig de seks ook gepland en uitgevoerd lijkt te zijn, de mogelijkheid dat iets onopgemerkt mis is gegaan kan nooit met absolute zekerheid worden uitgesloten. En hoe klein die kans ook is, wanneer de seksuele omgang niet volledig veilig was, is de kans dat een man met HIV besmet raakt na contact met een mannelijke partner vele malen groter dan na contact met iemand van het vrouwelijk geslacht.

Bloed van een homoseksuele man vormt dus altijd een groter risico dan dat van een heteroseksuele man of een vrouw, ook als hij monogaam is en beweert veilig te vrijen. Moet Sanquin dat risico nemen en haar patiënten bewust blootstellen aan bloed met een verhoogde kans op HIV? Homoseksuele en heteroseksuele mannen worden dan gelijk behandeld, maar het zou de volksgezondheid niet ten goede komen. Bovendien is het nemen van dit risico compleet onnodig, want volgens Sanquin is er geen tekort aan bloeddonoren. En als de keuze gemaakt kan worden tussen heel veilig bloed en bloed dat iets minder veilig is, ook al betreft het slechts een paar tienden van een procent meer kans op een latente HIV-besmetting, dan is het volstrekt begrijpelijk en volkomen terecht dat Sanquin de voorkeur geeft aan de veiligste optie.

De motie die door de Tweede Kamer is aangenomen is een typisch voorbeeld van de hedendaagse angst om te discrimineren: zodra verschillende groepen geen gelijke behandeling krijgen, wordt uitgegaan van onrechtvaardigheid. Maar vaak, zoals ook in dit geval, bestaat er een gegronde reden om onderscheid te maken. Het bloed van homoseksuele mannen bevat nu eenmaal vele malen vaker HIV dan dat van heteroseksuelen, en seksuele omgang tussen mannen leidt vaker tot een besmetting dan omgang tussen mannen en vrouwen of vrouwen onderling. De overheid blijkt echter blind voor de cijfers en heeft met deze motie duidelijk gemaakt wat haar prioriteiten zijn: liever een toenemend aantal gevallen van HIV door bloedtransfusies met besmet bloed dan twee groepen die op relevante punten van elkaar verschillen ongelijk behandelen.

Geraadpleegde bronnen

nos.nl/artikel/358611-kamer-ook-homos-als-bloeddonor.html
www.sanquin.nl
www.spitsnieuws.nl/../bloedbank-wil-homos-nog-niet

geplaatst onder Maatschappij
1 reactie op

“Het gevaar van niet discrimineren: Bloeddonatie door homoseksuele mannen”

  1. Op 8 augustus 2012 om 16:56 schreef Dinkydau:

    Typisch politiek correct maar destructief gedrag

Jouw reactie: